BLOG: Rood of groen?

Mijn man is slecht verstaanbaar. Met zijn articulatie is niets mis, maar toch moet ik vaak twee keer vragen wat hij zegt. Neem nou vanochtend: hij zit in de kamer en ik sta in de keuken. Ik vraag ‘Wil je koffie?’ Hij antwoordt: ‘De buren hebben een baby.’ Ik had natuurlijk verwacht dat hij gewoon ja of nee zou zeggen. Dus ik versta hem half. Iets met buren en baby? Ik zeg: ‘Ik vraag of je koffie wilt.’ en hij zegt: ‘Een jongetje.’ Ik zeg: ‘Leuk voor ze, maar wil je koffie?’ Hij zegt: ‘Zo meteen.’

Onverwachte boodschap

Thuis ben je ontspannen. Familie en vrienden kennen je en zijn gewend aan jouw manier van spreken. Ze leven letterlijk met je mee en kennen dan ook de meeste situaties waarover je praat. Maar zelfs dan kunnen onverwachte antwoorden voor verwarring zorgen, zoals in het voorbeeld hierboven: de boodschap was niet logisch en ik kende de situatie waarover mijn man sprak niet.

De verschillende kanten van verstaanbaarheid

Hoe voorspelbaar – en dus verstaanbaar – je spraak is, hangt af van:
– je boodschap: hoe logisch is je boodschap in deze situatie,
– de luisteraar: hoe goed kent hij de situatie en jouw manier van spreken
– je manier van spreken: praat je heel duidelijk of heb je een accent, gebruik je de woorden en zinnen die de luisteraar verwacht of is je woordkeus en zinsconstructie soms afwijkend?

Rood of groen?

Ooit gaf ik een training aan meneer T. Zijn werk bestond onder andere uit het, via een portofoon, doorgeven van de kleur van een sein aan langsrijdende machinisten. Nederlands was niet zijn moedertaal, de portofoon kon behoorlijk storen en zijn accent was zo sterk, dat zelfs het verschil tussen groen en rood niet altijd goed hoorbaar was. Dat leverde gevaarlijke situaties op. Wat te doen? We konden de luisteraar en de omstandigheden niet veranderen. Maar we konden wel iets met de boodschap en de manier van spreken van meneer T.

——————-

Een aanloopje

An de ene kant begon meneer T. met het verbeteren van zijn uitspraak: hij oefende om een duidelijker verschil te kunnen maken tussen de klinkers ‘oo’ en ‘oe’ en verbeterde zijn uitspraak van de eind-t in ‘rood’. Daarnaast pasten we – in ieder geval tijdelijk – de boodschap aan. Van ‘rood’ en ‘groen’ werd dat: ‘Goedemorgen,  meester, nee, het sein is rood.’ En ‘Goedemorgen meester, ja, het sein is groen.’ Met andere woorden: de machinist (die bij de spoorwegen met ‘meester’ wordt aangesproken) kreeg extra informatie (ja of nee) en een ‘aanloopje’. Zo’n aanloopje zorgt ervoor dat de luisteraar even de tijd heeft om te wennen voordat de belangrijke informatie komt. Let maar eens op als je een bedrijf belt: ‘Goedemorgen, fysiotherapiepraktijk de Lange adem, met Femke spreekt u.’

Voorspelbaar spreken

Verstaanbaar spreken is voorspelbaar spreken. Als het Nederlands niet je moedertaal is, zijn je uitspraak, woordkeuze en zinsbouw minder voorspelbaar voor de luisteraar. Zeker voor mensen die jou voor het eerst spreken, zoals klanten en patiënten. Zij hebben geen tijd om aan jouw spreekstijl te wennen. Duidelijk spreken en een voorspelbare boodschap is in deze situatie dus nog belangrijker. Je boodschap voorspelbaarder maken is vaak het gemakkelijkst. Een aanloopje gebruiken kan helpen. Duidelijker leren spreken kost iets meer tijd, maar is niet zo ingewikkeld als je zou denken. Daarover de volgende keer meer.